Doel van het spel
Leer het verschil tussen ja/nee-vragen en vraagwoordvragen én oefen het maken van correcte Spaanse zinnen op een speelse manier.
Wat heb je nodig?
- 40 kaartjes verdeeld in 3 soorten:
- Zin-kaarten (20 stuks): zinnen of antwoorden
- Vraag-kaarten (10 stuks): ja/nee
- Vraagwoord-kaarten (10 stuks): met een Spaans vraagwoord (qué, quién, dónde…)
Optioneel:
- Timer
- Puntenscoreblokje
Spelregels – individueel of in duo
Doel van elke ronde:
Maak een correcte Spaanse vraagzin bij de zin die je trekt!
1. Bereid de kaarten voor (print of schrijf zelf)
Zin-kaarten (20)
Bijv.:
- Yo estudio español.
- Vivo en Málaga.
- El coche es azul.
- Voy con mi hermano.
- Mi cumpleaños es en mayo.
- No hablo alemán.
- Trabajo en una escuela.
- SÃ, tengo una bicicleta.
- Comemos a las ocho.
- Ella canta muy bien.
Vraagwoord-kaarten (10)
Bijv.:
- ¿Qué?
- ¿Quién?
- ¿Dónde?
- ¿Cuándo?
- ¿Cómo?
- ¿Por qué?
- ¿Cuál?
- ¿Con quién?
- ¿A qué hora?
- ¿Cuántos?
Ja/nee-kaarten (10)
Bijv.:
- ¿Sà o no?
- ¿Verdad?
- ¿Es cierto?
- ¿Seguro?
- ¿Tienes…?
- ¿Estás…?
- ¿Puedes…?
- ¿Hablas…?
- ¿Eres…?
- ¿Vas…?
Speelwijze
- Trek één zin-kaart + één vraagwoord- of ja/nee-kaart.
- Maak een correcte Spaanse vraagzin op basis van de twee kaarten.
- Check of je zin grammaticaal klopt.
- 1 punt per goede zin – probeer 10 punten te halen!
Voorbeeldrondes
- 🟦 Zin-kaart: “Vivo en Málaga”
- 🟧 Vraagwoord-kaart: “¿Dónde?”
→ Antwoord: ¿Dónde vives? - 🟦 Zin-kaart: “SÃ, tengo una bicicleta”
- 🟨 Ja/nee-kaart: “¿Tienes…?”
→ Antwoord: ¿Tienes una bicicleta?
Optioneel: Moeilijker maken
- Spreek de zin hardop uit
- Voeg een extra stukje toe, bijv. ¿Por qué estudias español en casa?
- Tijdslimiet: 30 seconden per vraag
Winmethode
- 1 speler: probeer binnen 5 minuten 10 correcte vragen te maken
- 2 spelers: wie als eerste 7 juiste vragen maakt, wint!