Voor het A1 niveau van het Spaans, wat het beginniveau is binnen het gemeenschappelijk Europees referentiekader voor talen, worden enkele basisvaardigheden verwacht. Deze omvatten de onderstaande punten. Maar let op! In deze leeromgeving leer je meer dan alleen dat! Aan het eind (na een jaar lekker bezig te zijn geweest) zit jij tegen A2 niveau aan.
- Basisgrammatica: Kennis van eenvoudige grammaticale structuren, zoals de tegenwoordige tijd van regelmatige werkwoorden, enkele onregelmatige werkwoorden, de bepaling van geslacht en enkelvoud/meervoud.
- Woordenschat: Een basiswoordenschat van alledaagse woorden en uitdrukkingen, zoals groeten, getallen, familie, eten en drinken, hobby’s, en plaatsbeschrijvingen.
- Leesvaardigheid: Het kunnen lezen en begrijpen van zeer korte, eenvoudige teksten en vragen, zoals advertenties, menu’s, dienstregelingen en persoonlijke brieven.
- Schrijfvaardigheid: Het kunnen schrijven van korte, eenvoudige notities en berichten. Bijvoorbeeld een ansichtkaart vanuit de vakantie.
- Luistervaardigheid: Het kunnen begrijpen van korte, duidelijk uitgesproken gesproken taal over vertrouwde onderwerpen.
- Spreekvaardigheid: Eenvoudige gesprekken kunnen voeren over vertrouwde onderwerpen en dagelijkse activiteiten. Het kunnen stellen en beantwoorden van eenvoudige vragen.